't Vaarderhoogt

Maart

bloemen17.jpg











 

 

  • Onkruid wieden. Het is een mooi moment om het opkomende onkruid er uit te trekken. Het is nu nog gemakkelijk te verwijderen. Na het wieden kun je de vochtige grond afdekken met een mulchlaag. Hiermee ga je de vorming van onkruid tegen, en bovendien ka het vocht in de grond moeilijker verdampen, waardoor de grond niet zo snel uitdroogt. Als mulch kun je gebruiken: compost, cacaodoppen, schorssnippers, goed verteerde stalmest of oude champignonmest (dit bevat kalk en is dus niet voor alle planten geschikt).

 

  • Planten van bomen en heesters met kale wortels. Zodra de planten blad krijgen slaan ze veel moeilijker aan, omdat ze dan veel vocht verliezen via het blad.

 

  • Verplanten van groenblijvende heesters. Geef ze na het verplanten veel water.
  • Rozen snoeien

 

  • Cornus Salix en Sier-Rubus kunnen nu gesnoeid worden, en de laatbloeiende heesters als Buddleja davidii.

 

  • Heesters vermeerderen door afleggen. Dit doe je door een stengel te beschadigen en de stengel dan met aarde te bedekken, eventueel met stekpoeder op de wond. Er vormen zich wortels, waarna de scheut een jaar later van de moederplant losgeknipt kan worden.

 

  • Klimplanten verjongen. Klimplanten, die er een beetje slordig uitzien kunnen nu goed teruggeknipt worden. Ze beginnen al wat uit te lopen, zodat je goed kunt zien welke oude takken je het best kunt verwijderen.Klimplanten die flink gesnoeid mogen worden zijn kamperfoelie, klimop, klimrozen en winterjasmijn.

 

  • Winterharde vaste planten aanplanten. Geef ze na het planten goed water, mest en een mulchlaag, hierna zullen ze al snel gaan groeien.

 

  • Breng nu alvast steunmateriaal aan voor vaste planten.

 

  • Haal uitgebloeide bloemen uit narcissen, maar laat het blad eraan zitten.

 

  • Sneeuwklokjes kunnen nu nog bloeiend en al geplant worden. Ook kunnen grote pollen nu goed gedeeld en opnieuw geplant worden.

 

  • Bollen, die binnen al gebloeid hebben, als narcissen, hyacinten en dwergirissen, kunnen nu in de tuin geplant worden.

 

  • Haal afgevallen blad uit de vijver en begin weer met voeren van de vissen ( geef vooral niet meer dan ze opeten!). Dompelpompen kunnen weer in de vijver geplaatst worden.

 

  • Het gras kan eventueel geverticuteerd worden en maai het gras met de machine op de hoogste stand.

 

  • Bescherm fruitbloesem tegen late vorst.